De regio Holland Rijnland werkt aan een open, regionaal verbonden warmtenet dat ruim 213.000 woningen duurzaam moet gaan verwarmen. Door gebruik te maken van lokale bronnen zoals geothermie, aquathermie en industriële restwarmte draagt het warmtenet bij aan een toekomstbestendige, betaalbare en betrouwbare energievoorziening in Zuid-Holland. Warmtenetten versterken het energiesysteem en dragen bij aan het verminderen van de druk op het elektriciteitsnet. Echter, door netcongestie krijgen installaties die nodig zijn voor het warmtenet echter geen elektriciteitsaansluiting. Dit vertraagt de realisatie.

Liander onderzocht hoe samenwerking en het benutten van lokale warmtebronnen leiden tot het sneller realiseren van een betaalbaar, betrouwbaar en duurzaam energiesysteem. Het rapport ‘Congestie & Warmte in Holland Rijnland’ is beschikbaar op aanvraag. In dit artikel vatten we de belangrijkste bevindingen samen.
Warmtenetten maken het mogelijk om woningen en gebouwen te verwarmen met beperkte inzet van elektriciteit. Dit is belangrijk, want het elektriciteitsnet raakt niet alleen steeds voller door de groei van elektrische auto’s, individuele warmtepompen en zonnepanelen ook door nieuwbouw en groei van bedrijven en sectoren in de regio. Door warmte te leveren via de lokale bronnen, blijft er meer ruimte op het elektriciteitsnet voor andere duurzame toepassingen en ontwikkelingen.
Een warmtenet maakt gebruik van bronnen zoals geothermie (aardwarmte), die het hele jaar door beschikbaar zijn. In tegenstelling tot zonne-energie, die vooral in de zomer veel oplevert, kan warmte eenvoudig worden opgeslagen en op elk moment worden gebruikt.
Warmtenetten zijn collectieve oplossingen: meerdere woningen worden aangesloten op één systeem. Dit is vaak goedkoper dan wanneer iedereen een eigen elektrische warmtepomp zou installeren. De kosten voor aanleg en onderhoud worden gedeeld, wat kan leiden tot lagere maatschappelijke kosten voor de eindgebruiker. Dit is echter nog niet voldoende geborgd en vraagt aandacht van de politieke agenda.
Netcongestie – overbelasting van het elektriciteitsnet – vormt een directe belemmering voor de aanleg van warmtenetten. Hierdoor krijgen nieuwe installaties, zoals die van het warmtenet, soms geen vermogen totdat de netcongestie opgelost is of er extra (flexibel) vermogen gevonden is. Dit vertraagt de aanleg van duurzame projecten. Door de aanleg van warmtenetten goed af te stemmen op de situatie van het elektriciteitsnet in combinatie met technische oplossingen, zoals warmtebuffers en tijdelijke gasgeneratoren, kan de uitrol toch doorgaan.
In een scenario zonder warmtenetten én met het uitfaseren van aardgas verschuift de warmtevoorziening voor woningen volledig naar elektriciteit. Dit leidt tot een zodanige belasting van het elektriciteitsnet dat het risico op een nieuwe ‘netcongestie golf’ toeneemt. Uit eerdere analyses blijkt dat een regionaal warmtenet de regio vijftien jaar extra tijd biedt om het elektriciteitsnet uit te breiden. Hierdoor ontstaan er minder vertragingen bij regionale ambities, zoals woningbouw en economische ontwikkeling.
Het rapport ‘Congestie & Warmte in Holland Rijnland’ benadrukt dat samenwerking tussen gemeenten, warmtebedrijven en netbeheerder essentieel is. De gemeentelijke warmteprogramma’s zijn een belangrijke stap richting vaststellen van warmtekavels en aanwijzen van warmtebedrijven. Om de voordelen van warmtenetten maximaal te benutten, is samenwerking tussen alle betrokken partijen noodzakelijk. Duidelijke afspraken over fasering, kritieke paden cruciale stappen en investeringsbesluiten zijn noodzakelijk. Nu starten is cruciaal om te leren, op te schalen en de businesscase te versterken.