Netbeheerder Liander luidt de noodklok: voldoende grond verkrijgen wordt steeds ingewikkelder
Netbeheerder Liander slaagt er dit jaar nauwelijks in om op tijd grond te verkrijgen voor nieuwe elektriciteitsstations. In de eerste helft van 2026 lukte dat in slechts twee gevallen. In 2024 ging het nog om 26 grondposities, in 2025 om 20. Ook het verkrijgen van grond voor elektriciteitshuisjes en middenspanningskabels verloopt vaak zeer moeizaam. Daarmee dreigt een nieuwe rem te ontstaan op de uitbreiding van het elektriciteitsnet in het werkgebied van Liander. Zonder tijdige toegang tot grond kunnen grotere elektriciteitsstations niet worden gebouwd, blijven klanten langer op de wachtlijst en lopen woningbouw, bedrijven en verduurzaming vertraging op.

Volgens de netbeheerder gaat het om een structureel probleem met steeds grotere gevolgen: zonder grond geen netuitbreiding. Daarom is het belangrijk dat de door het ministerie van Economische Zaken en Klimaat aangekondigde maatregelen voor grondverwerving snel worden omgezet in uitvoerbaar beleid. De richting is goed: grondverwerving is inmiddels een expliciete pijler binnen de versnellingsaanpak voor regionale stroomnetten, met maatregelen voor snellere procedures, duidelijkere afspraken en betere inzet van publieke gronden. Nu komt het aan op tempo: alleen als de maatregelen daadwerkelijk snel worden uitgewerkt en toegepast, kunnen netbeheerders eerder beschikken over geschikte locaties voor stations en tracés. Zo wordt voorkomen dat projecten vastlopen voordat vergunningprocedures kunnen starten en kunnen de doelen van de crisisaanpak netcongestie worden gerealiseerd.
Proces doorlopen, maar geen resultaat
Liander bereidt projecten vaak jarenlang voor en doorloopt daarbij alle onderzoeken en bestaande procedures. Toch leidt dat in een snelgroeiend aantal gevallen niet tot een locatie waar gebouwd kan worden, of moet meer worden betaald dan vanuit maatschappelijk oogpunt acceptabel is.
Veel pogingen om grond te verwerven hebben hetzelfde karakter: er is geen principiële afwijzing van projecten, maar onderhandelingen en besluitvorming blijven langdurig hangen zonder doorbraak. Volgens Liander wijst dit op een systeem dat vastloopt tussen vrijwillige afspraken, lokale belangen en een gebrek aan doorzettingsmacht.
Dilemma’s worden steeds scherper zichtbaar
De praktijk laat zien dat grondverwerving steeds vaker vastloopt op scherpe dilemma’s:
- In hoeverre is het gerechtvaardigd dat grondeigenaren de schaarste en strategische waarde van hun grond voor de energietransitie vertalen naar hogere grondprijzen?
- Wanneer wordt vertraging van netuitbreiding door grondverwerving maatschappelijk onacceptabel?
- en wanneer is de overheid bereid om zwaardere instrumenten in te zetten?
Deze dilemma’s worden zichtbaar op verschillende plekken in het verzorgingsgebied van Liander. De noodzaak is duidelijk, maar de uitvoering loopt vast op de beschikbaarheid van ruimte, lokale belangen en langdurige besluitvorming.
Noordwijk: zorgvuldig proces, toch terug naar af
Niet alleen op particuliere grond, maar ook op publieke grond loopt Liander tegen vertraging aan. In Muiderberg is een transformatorstation nodig voor de aansluiting van een snellaadstation. De technisch geschikte locatie ligt op rijksgrond, maar door wisselende eisen, nieuwe behandelaren, onduidelijkheid over bestandsformaten en veranderende voorwaarden kwam lange tijd geen overeenstemming met het Rijksvastgoedbedrijf. Daardoor bleef het project hangen, terwijl de aansluiting zonder deze locatie niet kan worden gerealiseerd. In Rijswijk (GLD) speelde iets vergelijkbaars: voor de verduurzaming van de Prinses Marijkesluis was een nieuwe aansluiting nodig, maar ondanks de urgentie duurde het ongeveer anderhalf jaar voordat de opstalovereenkomst werd ondertekend. Deze voorbeelden laten zien dat energieprojecten ook op publieke grond kunnen vastlopen op trage besluitvorming en onduidelijke procedures.Publieke grond, maar toch lange vertraging
Velserbroek: één locatie, meerdere belangen
Liander wil in Velserbroek een nieuw elektriciteitsstation bouwen voor Velserbroek en Santpoort-Noord en het bestaande station in Overveen ontlasten. Uit onderzoek blijkt dat daarvoor maar één geschikte locatie beschikbaar is. Die grond is schaars en cruciaal, terwijl de grondeigenaar een hoge prijs vraagt en onteigening complex is en lang duurt. Liander moet daardoor kiezen: meegaan in hoge grondprijzen om snel te kunnen bouwen, of een alternatief zoeken met vertraging als gevolg. Daardoor moeten huishoudens en bedrijven langer wachten op de netcapaciteit die zij nodig hebben. De casus laat zien waar het systeem schuurt: individuele belangen zijn logisch en legitiem, maar kunnen samen leiden tot stilstand op cruciale projecten.
Gevolgen raken direct de samenleving
De gevolgen van vertraging in grondverwerving zijn direct merkbaar. Zonder grond geen netuitbreiding — en zonder netuitbreiding komt de samenleving verder op slot te zitten.
Als uitbreiding van het elektriciteitsnet uitblijft:
- kunnen nieuwe woningen niet worden aangesloten
- lopen verduurzamingsplannen vertraging op
- neemt de druk op het bestaande netwerk verder toe
Daarmee raakt grondverwerving direct aan maatschappelijke opgaven zoals woningbouw, verduurzaming en economische ontwikkeling. Tegelijkertijd botst de ruimte voor energie-infrastructuur steeds vaker met andere ruimtelijke belangen.
Oproep: maak ruimte onderdeel van energiedebat
Liander benadrukt dat zorgvuldige afwegingen nodig zijn en dat belangen van gemeenten en grondeigenaren serieus genomen moeten worden. Maar volgens de netbeheerder werkt het huidige systeem onvoldoende in situaties waarin snelheid noodzakelijk is.
Daarom pleit Liander ervoor om het tempo in de uitvoering van de versnellingsaanpak regionale stroomnetten fors te verhogen. De contouren van een aanpak voor snellere grondverwerving liggen er inmiddels, maar het succes staat of valt met de snelheid waarmee deze wordt omgezet van papier naar concreet beleid en bestuurlijke afspraken. Door procedures te stroomlijnen, verantwoordelijkheden te verduidelijken en de inzet van gronden beter te organiseren, kunnen gemeenten en netbeheerders eerder ruimte creëren voor cruciale energie-infrastructuur en de uitbreiding van het elektriciteitsnet versnellen.
Tegelijk moeten we ook eerlijk zijn: ruimte voor energie begint niet morgen, maar vandaag. De energietransitie wordt uiteindelijk gerealiseerd in gemeenten. Landelijke kaders gaan absoluut helpen, maar we blijven hen oproepen nu al concrete ruimte vrij te maken voor energie-infrastructuur. Zonder tijdige toegang tot ruimte tegen een maatschappelijk acceptabele prijs kan het elektriciteitsnet niet op het benodigde tempo worden uitgebreid, met directe gevolgen voor woningbouw, verduurzaming en economische ontwikkeling.