Liander is de eigenaar van de aansluiting, inclusief aansluitset met beveiliging. Wij verzorgen hiervoor het beheer én onderhoud. Het overdrachtspunt – waar onze verantwoordelijkheid eindigt – is direct na de beveiliging. Vanaf het overdrachtspunt zijn de gemeente en de OVL-beheerder verantwoordelijk voor het beheer van de klantinstallatie en alles wat daarop is aangesloten.
De afbeelding hieronder laat zien hoe openbare verlichting is aangesloten:
Cameratoezicht, verkeersstellingen en metingen van luchtkwaliteit zijn voorbeelden van randapparatuur. Het is niet noodzakelijk om deze systemen te combineren met een lichtmast, maar dit is vaak wel logisch. De lichtmast staat er al, heeft een geschakelde aansluiting én is hoog genoeg. Dit maakt het voor gemeenten mogelijk om materialen efficiënter te gebruiken en het aantal objecten in de openbare ruimte te minimaliseren.
OVL-beheerders mogen randapparatuur achter het overdrachtspunt plaatsen. Eventueel met accu als dat nodig is. Het verbruik (kWh) moet dan wel worden verrekend. De OVL-beheerder is hiervoor verantwoordelijk.
Er zijn twee manieren om het verbruik van randapparatuur te verrekenen:
De bekabeling voor verlichting en randapparatuur valt in het vrije domein, dus ná het overdrachtspunt. De eigenaar van de lichtmast en/of het object is verantwoordelijk voor:
Let op: de netbeveiliging die wij toepassen is bedoeld als stroombegrenzing. Dit dient dus niet als beveiliging voor de klantinstallatie conform de NEN1010. Een voorbeeld is het niet onderbreken van de nul geleider. Daarnaast is het mastluik uitsluitend bedoeld als afsluiting van de lichtmast en de achterliggende elektrische onderdelen.
Bij een onveilige situatie of onjuiste verrekening van stroomverbruik door randapparatuur, behouden wij het recht de aansluiting af te sluiten.