Aansluiten zonnepanelen voor installateurs

Aansluiten zonnepanelen

Steeds meer consumenten kiezen voor zonnepanelen. Dit is een mooie ontwikkeling, maar de snelle opkomst van zonne-energie zorgt ook voor drukte op het elektriciteitsnet.  We geven u graag een aantal aandachtspunten voor de installatie van zonnepanelen.

Een juiste installatie kan spanningsproblemen voorkomen

Op sommige plekken is het energienet zo druk, dat spanningsproblemen kunnen ontstaan. Bijvoorbeeld op mooie dagen, als alle zonnepanelen veel elektriciteit leveren, maar er maar weinig elektriciteit wordt gebruikt. Op zo'n moment kan het voorkomen dat er tijdelijk geen elektriciteit aan het net geleverd kan worden. 

Spanningsproblemen kunnen ook voortkomen uit de eigen installatie van de consument. Liander adviseert consumenten dan ook altijd om de installatie te laten beoordelen door een erkend installateur. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten voor een installateur bij het installeren van zonnepanelen.

Aandachtspunten voor installateurs

  • Meestal ligt de PV-installatie op het dak en zit de omvormer daar ook in de buurt. Als de voedingskabel van het dak naar de meterkast erg dun en/of lang is, kan de spanning op zolder een paar volt hoger zijn dan in de meterkast. Dan kan het gebeuren dat de spanning wel voldoet op het overdrachtspunt (waar de netbeheerder voor verantwoordelijk is), maar dat de omvormer toch afschakelt door een te hoge spanning. ​

    Zorg er dus voor dat de voedingskabel voor de omvormer dik genoeg is (bijv. 6 mm², i.p.v. 2,5 mm²) en probeer de kabel zo kort mogelijk te houden. ​

  • Vrijwel alle zonnepanelen hebben de grootste opbrengst tussen 12:00 en 14:00 uur. Het is verstandig de omvormer iets kleiner te kiezen dan het totaalvermogen aan zonnepanelen (bijv. 3 kW op 3,5 kWp aan panelen). Zo voorkomt u dat het elektriciteitsnet overbelast raakt en dat omvormers afschakelen. 

    Tijdens de piekuren wordt dan wel iets minder energie opgewekt door de panelen. De jaaropbrengst van de PV-installatie blijft echter nagenoeg gelijk, omdat deze piekopwek alleen voorkomt in de lente en zomer en vrij kort duurt. Bijkomend voordeel is dat een kleinere omvormer goedkoper is.

  • De meeste PV-installaties zijn aan het net gekoppeld met een 1-fase-omvormer. Heeft een woning een 1-fase-aansluiting? Dan is het duidelijk dat de PV-installatie daarop wordt aangesloten. Als dit leidt tot asymmetrie-problemen, dan kan Liander de verdeling van de woningen op de fasen aanpassen. Beschikt een woning over een 3-fase-aansluiting? Dan kant u kiezen op welke fase de PV-installatie wordt aangesloten.

    Voor het elektriciteitsnet is het verstandig de PV-installatie aan te sluiten op de fase die overdag de laagste spanning heeft. Meet dit bij voorkeur over een langere periode, om te voorkomen dat wordt gemeten op een moment waarop de situatie niet representatief is. Maar: een losse meting op een zonnige dag tussen 12:00 en 14:00 geeft ook al een redelijke indicatie.  

  • Voor grotere PV-installaties (groter dan 4 kWp) kan het zinvol zijn om een 3-fase-omvormer aan te schaffen. Deze is doorgaans iets duurder, maar verkleint de kans dat de omvormer afschakelt door een te hoge spanning. Door het vermogen te verdelen over drie fasen, wordt de stroom een factor 3 lager. Hierdoor is er minder spanningsopdrijving en/of kan een goedkopere aansluitkabel worden toegepast. ​

    Vanaf 6 kWp dient u rekening te houden met het feit dat de AC-stroom bij een 1-fase-omvormer groter is dan 25 A. Als de woning beschikt over een 3 x 25 A aansluiting, wordt één van de fasen mogelijk overbelast. Hier dient dan gekozen te worden voor een 3-fase-omvormer.  Woningen met een 1 x 35 A of 1 x 40 A aansluiting kunnen uiteraard alleen een 1-fase-omvormer gebruiken. Om een 3-fase-omvormer te gebruiken moet de aansluiting verzwaard worden naar 3- fasen. ​

  • Het lijkt logisch om zonnepanelen op het zuiden te plaatsen. Toch hoeft dat niet zo te zijn. Energie van zonnepanelen die op het oosten en/of het westen gericht zijn, wordt over het algemeen efficiënter gebruikt. De opbrengst is zo’n 10% lager dan panelen gericht op het zuiden, maar de productie van stroom sluit beter aan op het verbruik.

    Zonnepanelen die op het zuiden zijn gericht, pieken namelijk rond 12 uur 's middags. Veel mensen zijn dan niet thuis en verbruiken dan weinig stroom. Zonnepanelen op het oosten leveren in de ochtend de meeste stroom. Zonnepanelen op het westen wekken veel stroom op aan het eind van de dag. Zo wordt de stroom verbruikt op de momenten dat mensen thuis zijn.

Energie opwekken en terugleveren voor consumenten

Bovenstaande informatie is bedoeld voor installateurs. Bent u een consument? Of bent u via de consumenten pagina hier gekomen? Via onderstaande knop gaat u (terug) naar alle informatie over het opwekken, terugleveren en salderen van duurzame energie voor consumenten.