Onze innovaties

Onze innovaties

De energietransitie is in volle gang en de vraag naar elektriciteit groeit hard. Steeds meer huizen gaan van het aardgas af, er rijden meer elektrische auto’s op de weg en er wordt op steeds meer plekken energie opgewekt. De druk op het elektriciteitsnet is hoog. Daarom vinden we bij Liander innovatie ontzettend belangrijk. Nieuwe technieken helpen ons het energienet betaalbaar en bereikbaar te houden. Om te voorkomen dat ons net wordt overbelast werken we hard aan het verzwaren en optimaliseren van het elektriciteitsnet. Hieronder enkele voorbeelden van innovaties die wij toepassen.

Slim laden van elektrische auto's

Als iedereen tegelijkertijd zijn auto oplaadt, wordt het elektriciteitsnet te veel belast. Daarom zijn slimme laders, waarbij auto’s laden op het moment dat de vraag naar elektriciteit van huishoudens laag is, en waarbij auto’s in een wijk niet allemaal tegelijk opgeladen worden, een oplossing. Zo wordt de vraag naar elektriciteit verdeeld over de dag en voorkomen we overbelasting.

Congestiemanagement

In bepaalde gebieden, waar het elektriciteitsnet niet alle energie kan vervoeren, is congestiemanagement een goede tijdelijke oplossing. Hierbij wordt de ruimte op het elektriciteitsnet verdeeld wanneer de vraag naar transport van elektriciteit hoger is dan wat het net aankan. Grootverbruik klanten verbruiken dan, tegen een vergoeding, tijdelijk minder elektriciteit of leveren minder terug. De ruimte die daarmee vrijkomt wordt verdeeld onder andere klanten die op dat moment wel veel elektriciteit nodig hebben of produceren.

GOPACS

Om het congestiemanagement goed uit te voeren is Liander met de andere netbeheerders het platform GOPACS gestart. Hierin werken netbeheerders samen om tekorten aan transportcapaciteit in het net te verminderen. Het platform GOPACS maakt gebruik van koop-en verkooporders op energiemarktplatformen. Bijvoorbeeld: een netbeheerder verwacht ergens in het elektriciteitsnet congestie. Hij wil dit oplossen door minder energieproductie in dit deel van het net. De netbeheerder zet deze situatie in GOPACS, waarna er een openbare melding op GOPACS zichtbaar wordt. Klanten met een aansluiting in het congestiegebied kunnen dan een kooporder plaatsen, door aan te geven dat zij die energie niet zullen produceren. Omdat de klant deze energie eerder al verkocht heeft aan een iemand ergens anders in Nederland, wordt het plaatsen van een kooporder altijd gecombineerd met een verkooporder buiten het congestiegebied. Die order wordt gedaan door een partij die aangeeft minder energie te gaan gebruiken. GOPACS controleert vervolgens of de orders niet leiden tot problemen op een andere plek in het elektriciteitsnet. Daarna voert iedereen zijn order uit en betaalt de betrokken netbeheerder het prijsverschil tussen de koop-en verkooporder uit aan de klanten. De congestie wordt zo dus door de energiemarkt opgelost.

Flexmarkt

Een speciale vorm van congestiemanagement passen we toe als klanten onderling kunnen regelen dat zij niet allemaal tegelijkertijd het elektriciteitsnet gebruiken. Dat kan met een zogenaamde flexmarkt, waarmee we proberen vraag en aanbod van energie flexibel op elkaar afgestemd te krijgen. Dit kan door het verbruik van elektriciteit te verplaatsen naar een ander moment of energie tijdelijk op te slaan. Zo ontstaat flexibiliteit en kunnen pieken in het elektriciteitsnet worden voorkomen of verminderd. Om dit te regelen zetten wij een zogenaamde aggregator in. Een aggregator is een bedrijf dat het energieverbruik bij bedrijven of consumenten kan sturen. Uiteraard alleen met toestemming en tegen een vergoeding. Deze aansturing gaat automatisch op basis van vastgelegde afspraken. Zo kan bijvoorbeeld een koelhuis zijn koelmachine op het moment van piekvraag twee uur uitzetten, zonder dat dit invloed heeft op de temperatuur in de koelruimte. Op deze manier komt extra capaciteit beschikbaar voor een andere klant.

Verschil tussen Congestiemanagement en Flexmarkt

Congestiemanagement is in wetgeving verankerd en is, bij krapte op het elektriciteitsnet, verplicht voor klanten met een aansluiting van 60 MW of groter. Bij een flexmarkt gebeurt dit op vrijwillige basis en kan het ook gaan om kleinere klanten.

Netschakelen

Wanneer er in een bepaald gebied congestie dreigt, kan Liander gebruik maken van Netschakelen. Bij netschakelen schakelen we een deel van de elektriciteitsvraag van het ene onderstation[1] tijdelijk door naar een ander onderstation. Dit kan omdat verschillende netten niet tegelijkertijd te zwaar belast worden en zo elkaars pieken kunnen opvangen. Door te innoveren in de digitale en automatische besturing kan dit worden uitgevoerd met op afstand stuurbare schakelaars in ons distributienet.

Slim inzetten van de reservecapaciteit

Het slim inzetten van de reservecapaciteit is een oplossing die kan bijdragen aan het wegnemen van bestaande knelpunten in het elektriciteitsnet. Bij het aansluiten van een grootzakelijke verbruiker, windpark of zonneweide, zorgen wij er altijd voor dat er voldoende reservecapaciteit in het elektriciteitsnet zit om onderbrekingen te voorkomen of binnen korte tijd weer te herstellen. Dit doen we door het aanleggen van reservekabels en -transformatoren. Er zijn dus altijd extra kabels en verbindingen aanwezig. Bij aansluitingen met alleen energieopwek kan een klant (vrijwillig) kiezen om bij een storing of onderhoud te worden afgeschakeld of teruggeschakeld. De onderbreking duurt dan wel langer, maar komt normaalgesproken niet vaak voor. We noemen dit vrijwillige terugschakeling.
In gebieden waar we onvoldoende netcapaciteit hebben om klanten aan te sluiten, kunnen we, door gebruik te maken van de reservecapaciteit veel eerder de klanten aansluiten, waardoor zij energie via het net kunnen gaan leveren. Naast dat dit op vrijwillige basis gebeurt mogen netbeheerders sinds 1 januari 2021, volgens de nieuwe wetgeving (Algemene Maatregel van Bestuur) de reservecapaciteit van het elektriciteitsnet ook officieel gebruiken voor het transport van duurzame energie en klanten verplichten hiervan gebruik te maken.

Cablepooling

Veel wind en veel zonneschijn gaan in Nederland niet vaak samen. Wanneer het hard waait schijnt de zon meestal niet en andersom. Zonnepanelen en windmolens zijn dus bijna nooit tegelijkertijd vol aan het werk. Er kan op plaatsen waar zonnepanelen en windmolens dicht bij elkaar staan vaak prima worden volstaan met één aansluiting in plaats van twee. Dit noemen we Cable Pooling. Bij Cable Pooling worden er efficiënte oplossingen gerealiseerd bij situaties waar meerdere initiatieven dicht bij elkaar van dezelfde aansluiting gebruik kunnen maken. Denk hierbij ook aan een zonneweide dicht achter een fabriek of datacenter. Het aansluiten van deze initiatieven op één kabel zorgt ervoor dat het bestaande elektriciteitsnet beter benut wordt en daarnaast kunnen de initiatiefnemers ook nog eens flink besparen op hun aansluitkosten.

Statische en dynamische bijsturing

Het aansluiten op de piekcapaciteit, de maximale capaciteit die grote opwekkers verwachten nodig te hebben, is niet altijd de beste oplossing. Voor veel klanten geldt dat in de praktijk een groot deel van de capaciteit nauwelijks wordt gebruikt en er maar een paar piekmomenten per jaar zijn. In dat geval kunnen de kosten van een grotere aansluiting of netverzwaring vaak hoger zijn dan de opbrengsten. Voor deze situaties kan statische bijsturing of dynamische bijsturing een goede optie zijn.
Bij statische bijsturing ligt de aansluitcapaciteit lager dan de piekcapaciteit.
Bij dynamische bijsturing is de piekcapaciteit wel beschikbaar, maar de netbeheerder heeft de mogelijkheid om invoeding van lokaal opgewekte stroom in het net op bepaalde momenten te beperken.
Het voordeel hiervan is dat er meer netcapaciteit voor andere klanten overblijft. En dat terwijl het voor de duurzame opwek nauwelijks verschil maakt. Zo kan een zonne-energie installatie die 30% minder piekvermogen kan leveren, daardoor slechts 3% minder elektriciteit terugleveren.
De besparing in kosten door een kleinere netaansluiting zijn dan in veel gevallen hoger dan de gemiste inkomsten uit niet-geleverde elektriciteit. Dit effect is nog sterker bij dynamische bijsturing

Flexnet

In sommige gevallen kunnen we zakelijke klanten aansluiten op een ander deel van het elektriciteitsnet. In dit geval wordt er een (doorgaans veel langere) kabel getrokken naar een ander verdeelstation waar wel capaciteit beschikbaar is. Hierdoor kunnen deze klanten veel sneller een aansluiting krijgen, omdat ze niet hoeven te wachten op de uitbreiding van het verdeelstation. Echter, bij het aanleggen van een heel lange kabel kan het veel tijd kosten om de vergunningprocedures te doorlopen.

 

[1] Een onderstation is een elektriciteitsverdeelstation waarmee het net van Liander gekoppeld is aan het hoogspanningsnet van TenneT. Met grote transformatoren wordt de hoogspanning (bijvoorbeeld 150.000 volt) omgezet naar middenspanning (10.000 of 20.000 volt).