Statenleden krijgen meer grip op de energietransitie

Statenleden krijgen meer grip op de energietransitie

Dit jaar is Liander opnieuw – geheel coronaproof – online in dialoog gegaan met de Statenleden in het Liander-verzorgingsgebied. Uit de Topklas 1.0 (2019-2020) bleek dat Statenleden meer informatie van Liander willen ontvangen over de ontwikkelingen binnen de energietransitie. Want goede decentrale besluitvorming over het vormgeven van de energietransitie, kan niet zonder inzicht en kennis over het energiesysteem. Waar gingen de gesprekken over en wat waren de reacties?

In deze serie Topklassen gingen we in op wat het bod uit de Regionale Energiestrategie (hierna: RES) betekent voor de kosten, de ruimtelijke impact en de haalbaarheid van de energietransitie. Maar ook wat zijn de consequenties van de groei van elektrische voertuigen? En wat is de rol van warmte en waterstof in de energietransitie? Hiermee werden de dillema’s duidelijk en kregen de Statenleden van ons meer handvatten om hen te helpen bij energie- en ruimtelijke ordeningsvraagstukken.

Regionale Energiestrategie

De Statenleden waren goed op de hoogte van de uitdagingen van de energietransitie. In de dialoog hebben we feiten en fabels van elkaar gescheiden. Men weet nu dat het aantal TWh (terawattuur) duurzame opwek in een RES niet alles zegt over hoe groot de netverzwaringen moeten zijn. En dat de politieke keuzes die Statenleden maken over de locaties van de duurzame opwek én over de verhouding tussen wind en zon juist wel van invloed zijn. Een ander onderwerp dat aan bod kwam, was de uitdaging om de RES 1.0 gezamenlijk uit te kunnen gaan voeren. Op tijd en met zo min mogelijk ruimtelijke impact. De plannen in de RES-en zijn namelijk nog niet  overal concreet genoeg. Dat is wel noodzakelijk om het mee te mogen nemen in de Liander investeringsplannen. Ook was er bezorgdheid over de betaalbaarheid; want wie betaalt nu eigenlijk de rekening? Uiteindelijk zijn dat de eindgebruikers en dat is juist wat de meeste partijen willen voorkomen.

Warmte

Op het gebied van warmtenetten ging tijdens de Topklassen veel interesse uit naar de reguleringskant en hoe het beheer van warmtenetten is geregeld. De komst van datacentra is een onderwerp dat steeds vaker op de politieke agenda staat, want ze verbruiken erg veel energie en hebben nogal een impact op de ruimtelijke omgeving. Maar de restwarmte van datacenters geldt als een duurzame bron voor warmtenetten en andere collectieve warmte-oplossingen. Die balans maakt het een interessante discussie voor zowel de politiek als de netbeheerder.  

Waterstof en mobiliteit

Waterstof bleek een onderwerp dat echt leeft onder de Topklas-deelnemers. Veel partijen waren benieuwd of waterstof dé oplossing is voor warmtevraagstukken gezien de tegengestelde meningen die daarover in de buitenwereld komen. Maar ook de vraag of we waterstof kunnen bijmengen met het bestaande aardgas werd veel gesteld. Daarom gaven we een toelichting op waar waterstof wel en niet toepasbaar is, dat je waterstof kunt verhogen tot het maximaal toelaatbare gehalte (20%) en wat dat betekent voor ons elektriciteitssysteem. Voor sommigen was de teleurstelling groot omdat de waterstof-backbone nog niet door heel Nederland loopt. Ook bij het onderwerp mobiliteit werd al snel de link met waterstof gelegd. De Statenleden waren benieuwd of het Liander-elektriciteitsnetwerk de groei van elektrisch vervoer wel aan kan en of we dan niet moeten inzetten op waterstofvervoer. Elektriciteitsnetwerk is ontworpen voor wasmachines, niet voor hoge vermogens als elektrische auto’s of vrachtauto’s. Om te zorgen dat ons netwerk het aankan moeten we ook meer inzetten op slim laden, zodat het het elektriciteitsnetwerk juist kan helpen. Daarnaast moeten we mobiliteit niet meer separaat behandelen, maar integreren met andere onderwerpen in regionale en lokale plannen, zoals bijvoorbeeld de RES. Betaalbare grootschalige inzet van waterstof gaat nog zeker 10 jaar duren. Maar in de zwaardere mobiliteit, waar langere afstanden overbrugt worden en elektrisch rijden geen oplossing is, is het zeker een ontwikkeling.

Conclusie

Voor ons is het belangrijk dat Statenleden begrijpen dat alles met alles samenhangt. Alleen dan kan regionale besluitvorming plaatsvinden, waarin voldoende rekening gehouden wordt met de door ons geschetste consequenties voor planning/timing, ruimtelijke impact en kosten. Op landelijk niveau pleiten de netbeheerders daarom voor één Nationaal Programma Energiesysteem. Hierdoor komen de ontwikkelingen in het energiesysteem integraal in beeld en is het mogelijk om afwegingen en keuzes te maken óver de verschillende sectoren heen.

Met deze tweede Topklas-serie hebben heeft Liander daar weer een schepje bovenop gedaan. Volgend jaar zijn de gemeenteraadsverkiezingen. Dat betekent dat er veel nieuwe raadsleden bij komen. Daarom maken we nu plannen over hoe we hun kennisniveau  kunnen vergroten, zodat zij bij besluitvorming rekening houden met het energiesysteem.

Bekijk gerelateerd nieuws:

Update capaciteit elektriciteitsnet

Update capaciteit elektriciteitsnet

Op het elektriciteitsnet in Friesland, Gelderland en Noord-Holland zijn nieuwe knelpunten ontstaan. De maximale capacite ...

Lees artikel