van dyn11 naar dyn5

Klokgetallen distributietransformatoren

Liander stapt over op één type distributietransformator met klokgetal Dyn5. De stuurgroep Standaardisatie heeft dit onlangs besloten. De overgang zal geleidelijk plaatsvinden en heeft grote gevolgen in Noord-Holland, omdat in deze provincie tot nu toe het klokgetal Dyn11 de standaard was.

De nieuwe MS-stations (middenspanningstations) worden als eerste met transformator Dyn5 uitgevoerd, te weten:

  • alle nieuwe distributiestations
  • alle nieuwe aansluitstations voor klanten (AC-5A en AC-5B)

De inmiddels geplaatste nieuwe MS stations zijn al uitgerust met een transformator met het klokgetal Dyn5. Uitsluitend in gebieden waar nu nog transformatoren met Dyn11 worden geplaatst, geldt bij transformatorwisselingen ingeval van storing, vervanging, verzwaring en dergelijke, nog Dyn11 voor Dyn11.

Herkenbaarheid transformatoren

IMG_AAN_klokgetallen_dyn5_180breed Zowel nieuwe als gereviseerde transformatoren die na 1 augustus zijn geleverd, zijn herkenbaar aan een grote sticker op de deksel waarop het klokgetal van de transformator (Dyn5 of Dyn11) vermeld staat. Daarbij zijn de transformatoren die volgens het nieuwe contract geleverd worden, herkenbaar aan een aardverbinding tussen deksel en trafobak  en aan de aanduiding N 2009 op de typeplaat. 

Functie van het klokgetal

Het klokgetal van een distributietransformator geeft, met een veelvoud van 30°, de faseverschuiving tussen de aangelegde en de afgegeven spanning, ofwel tussen de primaire en de secundaire spanning.

Een voorbeeld:
Als twee distributietransformatoren met het klokgetal 5 op de primaire klemmen (U, V en W) in fase worden aangesloten, zijn de secundaire, afgegeven spanningen op de klemmen (u, v en w) eveneens in fase. Het parallel schakelen van distributietransformatoren, incidenteel of structureel in vermaasde netten, vormt dan geen enkel probleem. Wanneer er echter sprake is van verschillende klokgetallen, 5 en 11, zijn de afgegeven spanningen op de secundaire klemmen niet in fase.
Het wel of niet in fase zijn van spanningen wordt uitsluitend veroorzaakt door een verschil in de interne bedrading van de distributietransformator: tussen de aansluiting van de spoelen en de uitwendige aansluitklemmen op de transformator.  
 
IMG_AAN_Dyn11_naar_Dyn5  

Verder zijn er geen fysieke en/of technische verschillen. Technisch is het dus geen probleem om op een transformator met klokgetal Dyn11 het klokgetal Dyn5 toe te passen. En andersom. Het verschil kan eenvoudig op basis van een extern aansluitschema worden opgeheven.